logo

Speleo duiken
PDF Print E-mail
Speleo duikenSpeleoduiken, ook wel Sifonduiken of Sumpduiken genoemd, verschilt wezenlijk met grotduiken (karstbron duiken) door de omgeving waarin het plaats vindt. Daar waar grotduikers droge delen in een grot als een hinderlijke hindernis zien geldt voor speleologen precies het omgekeerde. Om grote delen van grotten te exploreren stuit men vaak op ondergelopen terminale sifons welke overwonnen moeten worden om verder en dieper de grot in te kunnen komen. Ook stappen grotduikers vaak direct in het water en is de tocht daar naartoe vaak een makkie in vergelijking tot de speleo duikers welke vaak eerst nog een tocht door een grot moeten maken (klimmen, klauteren en kruipen) om in de buurt van het water te komen, Juist doordat speleoduiken vaak in terminale sifons plaatsvinden welke verder in de grot liggen verschilt ook de planning en materialen welke voor deze duiken nodig zijn aanzienlijk met die van regulier grotduiken.
 
Daar waar bij regulier grotduiken 12 liter dubbelsets als minimaal wordt gezien worden bij speleoduiken vaak gebruik gemaakt van kleine 4 of 5 liter flesjes simpelweg omdat het ondoenlijk is grote zware sets honderden meters mee een grot in te dragen alvorens bij het water te komen. Daarnaast moet er naast de duikuitrusting ook nog de nodige speleo materialen zoals klimmateriaal mee de grot ingenomen worden Ook worden de kleine flesjes vaak sidemount of als gescheiden dubbels op een simpel harnas bevestigt, dit in tegenstelling tot regulier grotduiken waarbij over het algemeen gebruik gemaakt wordt van een dubbelset met een brug tussen de flessen. Door gebruik te maken van onafhankelijke kleine flesjes moeten echter wel conservatievere gasregels gehanteerd worden aangezien bij een defect aan een kraan of automaat direct de helft van de gasvoorraad als verloren moet worden beschouwd. Vandaar ook dat er vaak de 1/4 regel of 1/5 regel wordt toegepast in plaats van de gebruikelijke 1/3 regel. 
 
De duiken vinden vaak ook plaats in gangen waar je met maximaal 1 persoon doorheen kunt kruipen en de nadruk ligt dan ook op selfsupporting aangezien er voor een duikbuddy gewoonweg geen ruimte is. Ook is het zicht in de sifons over het algemeen nihil en wordt vaak op de tast een doorgang gezocht c.q. gegraven om verder in het systeem of in de volgende galerij te komen. 
 
Het gebruik van dubbele manometers, kleuren om verschillende systemen van elkaar te onderscheiden, extra beschermbeugels over de kranen etc zijn bij speleoduiken dan ook normaal zoniet noodzakelijk terwijl dit bij het reguliere grotduiken vaak geen toegevoegde waarde heeft en alleen maar verwarring oplevert. De terminale sifons, variërend van enkele meters lengte tot honderden meters lengte zijn nagenoeg nooit voorzien van een gidslijn dus deze moet altijd opnieuw gelegd worden wat het gebruik van (erg) grote haspels noodzakelijk maakt. Daarnaast wordt er vaak gebruik gemaakt van een extra leeflijn om tijdens het kruipen en graven door de sifons de hoofdlijn nooit kwijt te raken.
 
Bij speleoduiken worden de lampen over het algemeen op een helm gedragen. De helm is noodzakelijk omdat het niet de vraag is of je je hoofd gaat stoten maar meer de vraag is hoe vaak je je hoofd gaat stoten. Vooral in de droge gedeelten van de grot kan dit aardige verwondingen opleveren. Ook worden de lampen op de helm gedragen om de handen vrij te hebben tijdens het klimmen en klauteren tijdens de afdaling en tocht door het droge gedeelte van de grot.
In tegenstelling tot het reguliere grotduiken zijn er voor speleoduiken nauwelijks tot geen opleidingen beschikbaar. Wel is het noodzakelijk dat de duiker naast kennis en ervaring met duiken ook kennis van speleo technieken heeft om op een veilige manier tot aan het water te geraken. Van enige standaardisatie is dan ook maar weinig sprake waardoor juist bij speleoduiken veel materiaal zelf gemaakt en aangepast wordt en uiteindelijk een bonte verzameling aan uitrustingen geeft.
Last Updated ( Tuesday, 11 January 2011 11:06 )